|
|
|
Geplaatst op 22/11 '08Christus Koning
“Wanneer de Mensenzoon komt in zijn mooiste kleren, met alle engelen, dan zal hij op zijn troon gaan zitten. Alle mensen zullen voor hem gebracht worden en hij zal ze in twee groepen verdelen, zoals een herder de schapen en de bokken uit elkaar haalt. Hij zal de schapen aan zijn rechterhand laten staan en de bokken aan zijn linkerhand.
Dan zal de koning tegen alle mensen aan zijn rechterhand zeggen: “Kom, ga wonen in het koninkrijk dat op u wacht vanaf het eerste begin.
“Want ik had honger en jullie gaven mij te eten. Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie hielpen mij. Ik was naakt en jullie gaven mij kleren. Ik was ziek en jullie kwamen langs. Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen op bezoek.”
Dan zullen zij vragen: “Wanneer had u honger en gaven wij u te eten of had u dorst en gaven wij u te drinken? Wanneer was u een vreemdeling en hielpen wij u, of was u naakt en gaven wij u kleren? Wanneer was u ziek of zat u in de gevangenis en kwamen wij bij u langs?”
De koning zal dan zeggen: “Toen jullie dat deden voor mijn broers en zusters, toen deden jullie dat voor mij.”
En tegen de mensen aan zijn linkerhand zal de koning zeggen: “Ga weg van mij, verloren mensen, ga naar het eeuwige vuur dat is aangemaakt voor de duivel en zijn vrienden.
“Want ik had honger en jullie gaven mij geen eten. Ik had dorst en jullie gaven mij niets te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie hielpen mij niet. Ik was naakt en jullie gaven mij geen kleren. Ik was ziek en jullie kwamen niet langs. Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen nooit op bezoek.”
Ook zij zullen vragen: “Heer, wanneer had u honger of dorst? Wanneer was u een vreemdeling of had u geen kleren. Wanneer was u ziek of zat u in de gevangenis en hebben we u niet geholpen?”
De koning zal dan zeggen: “Toen jullie dat niet deden voor mijn broers en zusters, toen deden jullie dat ook niet voor mij.
"En deze mensen zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de goede mensen naar het eeuwig leven.
Dit weekend wordt het feest Christus Koning gevierd in de kerk. We vieren dat Jezus eens terug zal komen in deze wereld.
In dit verhaal vertelt Jezus dat wie goed wil doen aan God, goed moet zijn voor de mensen in nood. Wie van God wil houden moet van de mensen houden. Moeder Teresa was zo iemand die zoveel van Jezus hield dat zij haar hele leven zorgde voor wie arm was, of ziek. Vraag je vader, of moeder, of oma of opa maar eens om je iets te vertellen over moeder Teresa.
Dit is een vertelling van het verhaal Matteüs 25, 31-46
Klik hier om de tekst als A4tje te downloaden
| |
|
|
|